|   All Languages   
EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   NL   PT   LA   FI   ES   HU   NO   BG   HR   CS   DA   TR   PL   EO   SR   SQ   UK   EL   BS   |   FR   SK   IS   ES   NL   RO   HU   PL   SV   NO   RU   FI   SQ   IT   DA   CS   PT   HR   BG   LA   EO   SR   BS   TR   EL

Duits-Nederlands woordenboek

Dutch-German translation for: [op]
  äöüß...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|New Website|About|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!

in other languages:

Deutsch - Dänisch
Deutsch - Englisch
Deutsch - Isländisch
Deutsch - Italienisch
Deutsch - Niederländisch
Deutsch - Schwedisch
English - Dutch
English - Icelandic
English - Slovak
English - all languages
We are trying to build up a Ukrainian-German dictionary!
Please contribute translations or audio recordings if you can!

Dictionary Dutch German: [op]

Translation 1 - 67 of 67

Dutch German
uiterlijk {adv} [op zijn laatst]
58
spätestens
toen {adv} [op die tijd]
50
damals
jaloers {adj} [op]
30
eifersüchtig [auf]
dus {adv} [zo, op deze manier]
25
so
jaloers {adj} [op]
24
neidisch [auf]
pluizig {adj} {adv} [op pluizen lijkend]
9
flauschig
tijdig {adj} {adv} [op tijd]
9
rechtzeitig
anders {adv} [op een andere manier; verschillend]
7
anders
georganiseerd {adj} {past-p} [op touw gezet]veranstaltet
Verbs
rijden {verb} [op wielen]
140
fahren
iets waarderen {verb} [op prijs stellen]
36
etw. wertschätzen
iem. pesten {verb} [omg.] [op het werk, de school]
27
jdn. mobben [ugs.]
rijden {verb} [op een dier]
25
reiten
terechtkomen {verb} [op de juiste plaats komen]
25
ankommen
terechtkomen {verb} [op de juiste plaats komen]
12
landen [ugs.] [nach einer Reise an seinem Ziel ankommen]
iem. informeren {verb} [op de hoogte brengen]
9
jdn. verständigen
iets waarderen {verb} [op prijs stellen]
9
etw. schätzen
kruipen {verb} [op handen en voeten of knieën]
7
krabbeln
iets waarderen {verb} [op prijs stellen]
4
etw. würdigen
iets opvolgen {verb} [BN] [controle op de voortgang van een proces of van werkzaamheden]
3
etw. nachverfolgen
beproeven {verb} [op de proef stellen]
2
prüfen
muziek roffelen {verb} [op de trom]
2
wirbeln [Trommel]
aanstaan {verb} [op een kier staan]angelehnt sein
beproeven {verb} [op de proef stellen]erproben
beproeven {verb} [op de proef stellen]kontrollieren [prüfen]
iets overtrekken {verb} [de lijnen van iets natekenen op doorschijnend papier]etw.Akk. durchpausen
iets posten {verb} [op de post doen]etw. zur Post bringen
posten {verb} [op de uitkijk staan]Posten stehen
spoelen {verb} [op een spoel winden]aufspulen
spoelen {verb} [op een spoel winden]spulen
stropen {verb} [op rooftocht zijn]plündernd herumstreifen
muziek theater uitvoeren {verb} [op een toneel]aufführen [auf einer Bühne]
Nouns
recht inbreuk {de} [op]
13
Eingriff {m} [in] [Verstoß]
myth. kabouter {de} [op een schip]
11
Klabautermann {m} [nordd.]
recht inbreuk {de} [op]
9
Verstoß {m} [gegen]
sprei {de} [op bed]
7
Tagesdecke {f}
streep {de} [op stof, weg, aan horizon]
7
Streifen {m}
naut. knecht {de} [op boerderij]
6
Knecht {m}
sport afdaling {de} [op ski's]
3
Abfahrt {f}
recht inbreuk {de} [op]
3
Verletzung {f} [von] [Verstoß]
toespeling {de} [op iets]
3
Anspielung {f} [auf etw.]
rit {de} [op rijdier]
2
Ritt {m}
sport [doelpunt waardoor men op voorsprong komt]Führungstreffer {m}
gekras {het} [op papier, instrument]Kratzen {n}
myth. gnoom {de} [op een schip]Klabautermann {m} [nordd.]
Koningsdag {de} [BN] [feestdag ter ere van de Belgische koning, jaarlijks op 15 november]Festtag {m} des Königs
kopstuk {het} [op de voorgrond tredend figuur]Prominenter {m} [einflussreiche Persönlichkeit]
kopstuk {het} [op de voorgrond tredend figuur]einflussreiche Persönlichkeit {f}
kopstuk {het} [op de voorgrond tredend figuur]hohes Tier {n} [fig.]
meid {de} [op een boerderij]Magd {f} [veraltet]
handel prijsvechter {de} [bedrijf dat op prijs concurreert]Preisbrecher {m}
strop {de} [ketting of touw om een voorwerp op te hijsen]Seilschlinge {f}
genees. wijnvlek {de} [op de huid]Feuermal {n}
wijnk. wijnzak {de} [leren drinkzak voor op reis]Weinschlauch {m}
naut. windwijzer {de} [vlaggetje op een masttop]Verklicker {m}
zeeschuim {het} [op het zeewater]Gischt {f} [bes. fachspr. auch: {m}]
2 Words: Others
per se {adv} [op zichzelf]an sich
per se {adv} [op zichzelf]per se [geh.]
per se {adv} [op zichzelf]an und für sich
2 Words: Verbs
gek zijn {verb} [niet op zijn gemak zijn]einen an der Waffel haben [ugs.] [Idiom]
letten op {verb} [passen op]achtgeben auf
op iem./iets letten {verb} [passen op]auf jdn./etw. achten
op iem./iets passen {verb} [letten op]auf jdn./etw. achten
passen op {verb} [letten op]achtgeben auf
2 Words: Nouns
gesch. pol. EDSA-revolutie {de} [geweldloze massale demonstratie op de Filipijnen]EDSA-Revolution {f} [friedliche Bürgerprotestbewegung auf den Philippinen]
3 Words: Others
in de regio {adv} [op het platteland]auf dem Land
3 Words: Verbs
luchtv. een noodlanding maken {verb} [op water]notwassern
» See 475 more translations for op outside of comments
 
Feel free to link to this translation! Permanent link: https://denl.dict.cc/?s=%5Bop%5D
Hint: Double-click next to phrase to retranslate — To translate another word just start typing!
Search time: 0.017 sec

 

Contribute to the Dictionary: Add a Translation

Do you know German-Dutch translations not listed in this dictionary? Please tell us by entering them here!
Before you submit, please have a look at the guidelines. If you can provide multiple translations, please post one by one. Make sure to provide useful source information. Important: Please also help by verifying other suggestions!

To avoid spam or junk postings you will be asked to log in
or specify your e-mail address after you submit this form.
more...
German more...
Word Class more...
Subject
Comment
(Source, URL)
New Window

back to top | home© 2002 - 2024 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-German online dictionary (Duits-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement