|   All Languages   
EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   NL   PT   HU   FI   ES   LA   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   EO   SR   EL   SQ   BS   |   FR   SK   IS   ES   NL   HU   PL   RU   SV   NO   SQ   IT   FI   DA   PT   CS   RO   HR   BG   EO   LA   BS   TR   SR   EL

Duits-Nederlands woordenboek

Dutch-German translation for: elkaar
  äöüß...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|About/Extras|ShuffleNEW|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!

elkaar in other languages:

Deutsch - Niederländisch
English - Dutch

Dictionary Dutch German: elkaar

Translation 1 - 36 of 36

Dutch German
elkaar {pron}
132
einander
elkaar {pron}
14
sich
elkaar {pron}
10
euch
elkaar {pron}
10
uns
2 Words: Others
bij elkaar {adv}zusammen
in elkaar {adv}ineinander
met elkaar {adv}miteinander
2 Words: Verbs
elkaar aanvullen {verb}sich ergänzen
elkaar ontmoeten {verb}sich treffen
elkaar ontmoeten {verb} [toevallig]sich begegnen
3 Words: Others
zeg. alles bij elkaar {adv} [al bij al]alles in allem
in elkaar geslagen {adj} {past-p}zusammengeschlagen [ugs.] [verprügelt]
3 Words: Verbs
bij elkaar horen {verb}zusammengehören
bij elkaar passen {verb}zusammenpassen
zeg. elkaar rauw lusten {verb}sich nicht leiden können
iem. in elkaar patsen {verb} [omg.]jdn. verprügeln
iem. in elkaar slaan {verb}jdn. verprügeln
iem. in elkaar slaan {verb}jdn. zusammenschlagen [ugs.]
iets door elkaar halen {verb}etw. durcheinanderwerfen
iets door elkaar halen {verb}etw. vermischen [fig.] [durcheinanderwerfen]
iets door elkaar halen {verb} [onopzettelijk]etw. durcheinanderbringen [miteinander verwechseln]
in elkaar zetten {verb}zusammenbauen
met elkaar corresponderen {verb} [overeenstemmen met]einander entsprechen
met elkaar corresponderen {verb} [overeenstemmen met]miteinander übereinstimmen
uit elkaar halen {verb}trennen
uit elkaar spatten {verb}platzen
uit elkaar spatten {verb}zerplatzen
4 Words: Others
spreekw. Tegenpolen trekken elkaar aan.Gegensätze ziehen sich an.
4 Words: Verbs
zeg. elkaar geen mietje noemen {verb}Ross und Reiter nennen [fig.]
zeg. elkaar geen mietje noemen {verb}das Kind beim Namen nennen [fig.]
zeg. elkaar geen mietje noemen {verb}die Dinge beim rechten / bei ihrem Namen nennen
iets in elkaar flansen / draaien {verb}etw. zusammenschustern [ugs.]
van elkaar afscheid nemen {verb}sich voneinander verabschieden
5+ Words: Others
Hou je kaken op elkaar! [omg.]Halt die Klappe! [ugs.]
5+ Words: Verbs
als twee druppels water op elkaar lijken {verb}sich gleichen wie ein Ei dem anderen
de eindjes aan elkaar knopen {verb}mit seinem Geld auskommen
» See 10 more translations for elkaar within comments
 
Feel free to link to this translation! Permanent link: https://denl.dict.cc/?s=elkaar
Hint: Double-click next to phrase to retranslate — To translate another word just start typing!
Search time: 0.006 sec

 

Contribute to the Dictionary: Add a Translation

Do you know German-Dutch translations not listed in this dictionary? Please tell us by entering them here!
Before you submit, please have a look at the guidelines. If you can provide multiple translations, please post one by one. Make sure to provide useful source information. Important: Please also help by verifying other suggestions!

To avoid spam or junk postings you will be asked to log in
or specify your e-mail address after you submit this form.
more...
German more...
Word Class more...
Subject
Comment
(Source, URL)
New Window

back to top | home© 2002 - 2022 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-German online dictionary (Duits-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement