|   All Languages   
EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   NL   PT   HU   FI   ES   LA   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   EO   SR   EL   SQ   BS   |   FR   SK   IS   ES   NL   HU   PL   RU   SV   NO   SQ   IT   FI   DA   PT   CS   RO   HR   BG   EO   LA   BS   TR   SR   EL

Duits-Nederlands woordenboek

Dutch-German translation for: kommen+tun
  äöüß...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|About/Extras|ShuffleNEW|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!

kommen+tun in other languages:

Deutsch - Englisch
Deutsch - Französisch
Deutsch - Isländisch
Deutsch - Italienisch
Deutsch - Rumänisch
Deutsch - Russisch
Deutsch - Schwedisch
Add to ...

Dictionary Dutch German: kommen tun

Translation 1 - 74 of 74

DutchGerman
Full phrase not found.» Report missing translation
Partial Matches
komen {verb}kommen
verloren gaan {verb}abhanden kommen
gelegen komen {verb}gelegen kommen
van pas komen {verb}gelegen kommen
in aanmerking komen {verb}infrage kommen
zeg. het licht zien {verb} [fig.] [ontstaan]zustande kommen
tot stand komen {verb}zustande kommen
doen {verb}tun
iem. ontbieden {verb}jdn. kommen lassen
Waar komt u vandaan?Woher kommen Sie?
aan geld geraken {verb}an Geld kommen
aan geld raken {verb}an Geld kommen
zeg. aan het licht komen {verb}ans Licht kommen
zeg. ontdekt worden {verb}ans Licht kommen
uitkomen {verb} [te voorschijn komen]ans Licht kommen
in onbruik raken {verb}außer Gebrauch kommen
in aanmerking komen {verb}in Betracht kommen
in aanmerking komen {verb}in Frage kommen
in opspraak komen {verb}ins Gerede kommen
in opspraak raken {verb}ins Gerede kommen
thuiskomen {verb}nach Hause kommen
om het leven komen {verb}ums Leben kommen
omkomen {verb}ums Leben kommen
sterven {verb}ums Leben kommen
te laat komen {verb}zu spät kommen
omkomen {verb}zu Tode kommen
sterven {verb}zu Tode kommen
te voorschijn komen {verb}zum Vorschein kommen
tevoorschijn komen {verb}zum Vorschein kommen
bestuur. aanbesteed worden {verb}zur Ausschreibung kommen
aan bod komen {verb}zur Sprache kommen
geboren worden {verb}zur Welt kommen
ter wereld komen {verb}zur Welt kommen
spijten {verb}leid tun
iem./iets komen afhalen {verb}jdn./etw. abholen kommen
in een stroomversnelling raken {verb} [fig.]in Schwung kommen [fig.]
uitkomen {verb} [te voorschijn komen]an den Tag kommen
zeg. de smaak te pakken krijgen {verb}auf den Geschmack kommen
handel op de markt komen {verb}auf den Markt kommen
geboren worden {verb}auf die Welt kommen
ter wereld komen {verb}auf die Welt kommen
zeg. de baard in de keel krijgen {verb}in den Stimmbruch kommen
zeg. het op een akkoordje gooien {verb} [omg.]zu einem Vergleich kommen
tot een vergelijk komen {verb}zu einem Vergleich kommen
lit. F Vogelvlucht [António Lobo Antunes]Die Vögel kommen zurück
leeglopen {verb} [fig.]nichts tun [faulenzen]
klaarkomen {verb} [een orgasme krijgen]kommen [ugs.] [einen Orgasmus haben]
aan het licht komen {verb} [idioom]an den Tag kommen [Idiom]
tot de conclusie komen dat ...zu dem Schluss kommen, dass ...
tot de conclusie komen dat ...zu der Schlussfolgerung kommen, dass ...
zeg. het hoofd boven water houden {verb} [fig.]gerade über die Runden kommen
iets niet expres doen {verb}etw. nicht absichtlich tun
iets plegen {verb} [verouderd] [vaak doen]etw. zu tun pflegen
iem. een plezier doen {verb}jdm. einen Gefallen tun
zeg. het spits afbijten {verb}den ersten Schritt tun
zeg. niets ter zake doen {verb}nichts zur Sache tun
op iets komen {verb} [te binnen schieten]auf etw.Akk. kommen [sich erinnern]
zich aan iets schuldig maken {verb}sichDat. etw. zuschulden kommen lassen
zeg. Hij zal niet ver geraken. [formeel]Er wird nicht sehr weit kommen.
iem. ertoe brengen iets te doen {verb}jdn. veranlassen, etw. zu tun
popelen om iets te doen {verb}darauf brennen, etw. zu tun
met iets te maken hebben {verb}mit etw. zu tun haben
iets aandurven {verb}sich trauen, etw. zu tun
nog heel wat voor de boeg hebben {verb} [idioom]noch viel zu tun haben
Er is veel werk aan de winkel. [idioom]Es gibt viel zu tun.
trouwen {verb}unter die Haube kommen [veraltend, sonst hum.]
van de regen in de drop komen {verb} [vooral BN] [idioom]vom Regen in die Traufe kommen [Idiom]
van de regen in de drup komen {verb} [idioom]vom Regen in die Traufe kommen [Idiom]
de eer hebben iets te doen {verb}die Ehre haben, etw. zu tun
op het punt staan iets te doen {verb}im Begriff sein etw. zu tun
niet te beroerd zijn om iets te doen {verb}nicht abgeneigt sein, etw. zu tun
zich aan iets schuldig maken {verb}sichDat. etw. zu Schulden kommen lassen [Rsv.]
met het idee spelen om iets te doen {verb}mit der Idee spielen, etw. zu tun
zeg. ergens tegenaan zitten kijken {verb}nicht den Mut haben (etw. zu tun)
 
Feel free to link to this translation! Permanent link: https://denl.dict.cc/?s=kommen%2Btun
Hint: Double-click next to phrase to retranslate — To translate another word just start typing!
Search time: 0.024 sec

 

Contribute to the Dictionary: Add a Translation

Do you know German-Dutch translations not listed in this dictionary? Please tell us by entering them here!
Before you submit, please have a look at the guidelines. If you can provide multiple translations, please post one by one. Make sure to provide useful source information. Important: Please also help by verifying other suggestions!

To avoid spam or junk postings you will be asked to log in
or specify your e-mail address after you submit this form.
more...
German more...
Word Class more...
Subject
Comment
(Source, URL)
New Window

back to top | home© 2002 - 2022 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-German online dictionary (Duits-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement