All Languages    |   EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   NL   PT   HU   FI   ES   LA   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   EO   SR   EL   SQ   BS   |   FR   SK   IS   ES   HU   NL   PL   RU   NO   SV   SQ   FI   IT   DA   CS   PT   RO   HR   BG   EO   LA   BS   TR   SR   EL   |   more ...

Duits-Nederlands woordenboek

Dutch-German translation for: vor+Hunde+werfen
  äöüß...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|About/Extras|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!

vor+Hunde+werfen in other languages:

Add to ...

Dictionary Dutch German: vor Hunde werfen

Translation 1 - 75 of 75

DutchGerman
Full phrase not found.» Report missing translation
Partial Matches
koppel {het} hondenMeute {f} Hunde
lit. F De stad en de honden [Mario Vargas Llosa]Die Stadt und die Hunde
gooien {verb}werfen
werpen {verb}werfen
zeg. de pijp aan Maarten geven {verb} [opgeven]das Handtuch werfen
zeg. de pijp aan Maarten geven {verb} [opgeven]die Flinte ins Korn werfen
een blik op iem./iets werpen {verb}einen Blick auf jdn./etw. werfen
kled. zich opdoffen {verb} [omg.]sich in Schale werfen / schmeißen [ugs.]
met geld smijten {verb} [fig.]mit Geld um sich werfen / schmeißen [fig.]
spreekw. Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien.Wer im Glashaus sitzt, soll nicht mit Steinen werfen.
zeg. Wie boter op het hoofd heeft, moet uit de zon blijven.Wer im Glashaus sitzt, sollte nicht mit Steinen werfen.
voor {prep}vor
... geleden {adj} {adv}vor ... [zeitlich]
kwart voorViertel vor
bovenal {adv}vor allem
vooral {adv}vor allem
kortgeleden {adv}vor kurzem
onlangs {adv}vor kurzem
ter plekke {adv} [ter plaatse]vor Ort
zeg. op de valreep {adv}kurz vor Toresschluss
zeg. op het nippertje {adv} [m.b.t. tijd]kurz vor Toresschluss
en plein public {adv}vor allen Leuten
en plein public {adv}vor aller Welt
voor het eten {adv}vor dem Essen
twee weken geleden {adv}vor zwei Wochen
angst hebben voor {verb}Angst haben vor
bang zijn van {verb}Angst haben vor
angst hebben voor {verb}sich fürchten vor
bang zijn voor {verb}sich fürchten vor
zeg. in de piepzak zitten {verb} [omg.]vor Angst erstarren
voor anker gaan {verb}vor Anker gehen
schaterlachen {verb}vor Lachen brüllen
van ongeduld popelen {verb}vor Ungeduld brennen
popelen van ongeduld {verb}vor Ungeduld platzen
zeg. boven zijn theewater {verb}vor Wut kochen
schuimbekken van woede {verb}vor Wut schäumen
van woede snuiven {verb}vor Wut schnauben
voor Christus <v.C., v.Chr.>vor Christus <v. Chr.>
gieren (van het lachen) {verb}kreischen (vor Lachen) [ugs.]
van woede zieden {verb} [fig.]vor Wut kochen [fig.]
uitzinnig van vreugde {adj} {adv}außer sich vor Freude
een minuut voor tijd {adv}eine Minute vor Schluss
sport vlak voor rust {adj} {adv}kurz vor der Pause
een paar dagen geleden {adv}vor ein paar Tagen
een paar weken geleden {adv}vor ein paar Wochen
een half jaar geleden {adv}vor einem halben Jahr
heel (erg) lang geleden {adv}vor sehr langer Zeit
eenkennig zijn {verb}ängstlich vor Fremden sein
eenkennig zijn {verb}scheu vor Fremden sein
in een deuk liggen {verb} [omg.]sich vor Lachen biegen
zeg. zich een bult lachen {verb}sich vor Lachen biegen
zeg. zich een deuk lachen {verb}sich vor Lachen biegen
zeg. schot {het} voor de boegSchuss {m} vor den Bug
recent {adv} [recentelijk]vor Kurzem [oder: vor kurzem]
recentelijk {adv}vor Kurzem [oder: vor kurzem]
iem. waarschuwen voor iem./ iets {verb}jdn. vor jdm./etw. warnen
walgen van iets {verb}sich vor etw.Dat. ekeln
iem./iets vrezen {verb}sich vor jdm./etw. fürchten
zich hoeden voor iem./iets {verb}sich vor jdm./etw. hüten
beveiligd zijn tegen iets {verb}vor etw.Akk. geschützt sein
een hekel aan iem./iets hebben {verb}vor jdm./etw. Abscheu haben
bang zijn voor iem./iets {verb}vor jdm./etw. Angst haben
sport drie minuten voor tijd {adv}drei Minuten vor dem Ende
zeg. nog heel wat voor de boeg hebben {verb}noch einiges vor sich haben
buiten zinnen van woede zijn {verb}außer sichDat. vor Wut sein
vrijuit spreken {verb}kein Blatt vor den Mund nehmen
voor iem. op de knieën vallen {verb}vor jdm. auf die Knie fallen
zeg. Dat komt in de beste families voor.Das kommt in den besten Familien vor.
zeg. door de bomen het bos niet zien {verb}den Wald vor (lauter) Bäumen nicht sehen
een bord voor zijn kop hebben {verb} [omg.]ein Brett vor dem Kopf haben [ugs.]
geen blad voor de mond nemen {verb} [idioom]kein Blatt vor den Mund nehmen [Redewendung]
van zich af spreken {verb}kein Blatt vor den Mund nehmen [Redewendung]
Dat komt mij vreemd voor.Das kommt mir spanisch vor. [ugs.] [etw. erscheint seltsam]
spreekw. Je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent.Man soll den Tag nicht vor dem Abend loben.
voor de regen schuilen onder een boom {verb}sich vor dem Regen schützend unter einen Baum stellen
 
Feel free to link to this translation! Permanent link: https://denl.dict.cc/?s=vor%2BHunde%2Bwerfen
Hint: Double-click next to phrase to retranslate — To translate another word just start typing!
Search time: 0.055 sec

 

Contribute to the Dictionary: Add a Translation

Do you know German-Dutch translations not listed in this dictionary? Please tell us by entering them here!
Before you submit, please have a look at the guidelines. If you can provide multiple translations, please post one by one. Make sure to provide useful source information. Important: Please also help by verifying other suggestions!

To avoid spam or junk postings you will be asked to log in
or specify your e-mail address after you submit this form.
more...
German more...
Word Class more...
Subject
Comment
(Source, URL)
New Window

back to top | home© 2002 - 2022 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-German online dictionary (Duits-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement