All Languages    |   EN   SV   IS   RU   RO   FR   IT   SK   NL   PT   HU   FI   ES   LA   BG   HR   NO   CS   DA   TR   PL   EO   SR   EL   BS   |   FR   SK   IS   HU   ES   NL   PL   RU   NO   SQ   SV   IT   FI   DA   CS   PT   HR   RO   BG   |   more ...

Duits-Nederlands woordenboek

Dutch-German translation for: wider+besseres+Wissen+sagen+tun
  äöüß...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|About/Extras|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!

wider+besseres+Wissen+sagen+tun in other languages:

Add to ...

Dictionary Dutch German: wider besseres Wissen sagen tun

Translation 1 - 42 of 42

DutchGerman
Full phrase not found.» Report missing translation
Partial Matches
tegen beter weten {adv}wider besseres Wissen
tegen wil en dankwider Willen
weten {verb}wissen
kennis {de} [weten]Wissen {n}
weten {het}Wissen {n}
wetenschap {de} [de bekendheid met iets]Wissen {n} [Kenntnis]
op de hoogte zijn {verb}Bescheid wissen
iets weten te waarderen {verb}etw. zu schätzen wissen
zich weten te helpen {verb}sich zu helfen wissen
vertellen {verb}sagen
zagen {verb}sägen
zeggen {verb}sagen
op de hoogte zijn van iets {verb}Bescheid wissen über etw.Akk.
zeg. weten waar de schoen wringt {verb} [fig.]wissen, wo der Schuh drückt [fig.]
iem. laten weten {verb}jdm. Bescheid sagen
de dienst uitmaken {verb}das Sagen haben
het voor het zeggen hebben {verb}das Sagen haben
de lakens uitdelen {verb} [fig.]das Sagen haben [ugs.]
Unverified iem. gedag zeggen {verb}jmd. Guten Tag sagen
Ik zal het tegen hem zeggen.Ich werde es ihm sagen.
vrijuit spreken {verb}offen sagen, was man meint
Wat ik (ermee) wil zeggen is ...Was ich (damit) sagen will, ist ...
Wie a zegt, moet ook b zeggen.Wer A sagt, muss auch B sagen.
spreekw. Wie A zegt, moet ook B zeggen.Wer A sagt, muss auch B sagen.
doen {verb}tun
spijten {verb}leid tun
leeglopen {verb} [fig.]nichts tun [faulenzen]
iets niet expres doen {verb}etw. nicht absichtlich tun
iets plegen {verb} [verouderd] [vaak doen]etw. zu tun pflegen
iem. een plezier doen {verb}jdm. einen Gefallen tun
zeg. het spits afbijten {verb}den ersten Schritt tun
zeg. niets ter zake doen {verb}nichts zur Sache tun
iem. ertoe brengen iets te doen {verb}jdn. veranlassen, etw. zu tun
popelen om iets te doen {verb}darauf brennen, etw. zu tun
met iets te maken hebben {verb}mit etw. zu tun haben
iets aandurven {verb}sich trauen, etw. zu tun
nog heel wat voor de boeg hebben {verb} [idioom]noch viel zu tun haben
de eer hebben iets te doen {verb}die Ehre haben, etw. zu tun
op het punt staan iets te doen {verb}im Begriff sein etw. zu tun
niet te beroerd zijn om iets te doen {verb}nicht abgeneigt sein, etw. zu tun
met het idee spelen om iets te doen {verb}mit der Idee spielen, etw. zu tun
zeg. ergens tegenaan zitten kijken {verb}nicht den Mut haben (etw. zu tun)
 
Feel free to link to this translation! Permanent link: https://denl.dict.cc/?s=wider%2Bbesseres%2BWissen%2Bsagen%2Btun
Hint: Double-click next to phrase to retranslate — To translate another word just start typing!
Search time: 0.029 sec

 

Contribute to the Dictionary: Add a Translation

Do you know German-Dutch translations not listed in this dictionary? Please tell us by entering them here!
Before you submit, please have a look at the guidelines. If you can provide multiple translations, please post one by one. Make sure to provide useful source information. Important: Please also help by verifying other suggestions!

To avoid spam or junk postings you will be asked to log in
or specify your e-mail address after you submit this form.
more...
German more...
Word Class more...
Subject
Comment
(Source, URL)
New Window

back to top | home© 2002 - 2022 Paul Hemetsberger | contact / privacy
Dutch-German online dictionary (Duits-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement